Zilverwerk

Nederlands zilver en belasting
Het museum beschikt over de collectie van de Waarborg voor Goud en Zilver en beheert deze namens de Nederlandse Staat. Tot 1987 was deze organisatie onderdeel van het ministerie van Financiën. De keurmeesters van de Waarborg, essayeurs genaamd, hebben vanaf 1814 zilveren voorwerpen gekeurd en van belastingmerken voorzien. De keurkamers controleerden niet alleen het zilvergehalte, ze inden ook de belasting op edelmetaal die begin 19e eeuw is ingevoerd (en in 1953 is afgeschaft).

In de vaste presentatie is een deel van de zilvercollectie opgesteld. Deze opstelling, met ook een Pepper’s ghost over het keuren van edelmetaal, laat zien hoe het werk van goud- en zilversmid, de keurmeester en de belastingheffer verbonden is.

Haarlemse suikerstrooibus

Object: suikerstrooibus

Deze zilveren suikerstrooibus (links) heeft een bijzonder meesterteken: de ‘hamer’ van Dirk Meelant, de gekroonde stadskeur van Haarlem, een staande leeuw. Met een jaarteken van 1713 en een belastingteken van Delft.

Insculpatieplaat

Object: controlemiddel

Een insculpatieplaat is een controleplaatje waarop alle Nederlandse en Franse keurmerken staan die op dat moment in gebruik waren. Op dit plaatje de afgeslagen keurmerken van het Koninkrijk Holland. Er werd in de Franse tijd een belasting op zilverwerken ingevoerd in Nederland. De waarborgambtenaar gebruikte een dergelijke insculpatieplaat voor externe controles, zoals van goud- en zilversmeden, winkels en veilingen.

De overlieden van het Amsterdamse goud – en zilversmidsgilde

Object: schilderij met zilverwerk

Op dit groepsportret uit 1701 van Juriaen Pool is ook zilverwerk afgebeeld. Voordat de overheid (de Waarborg) de zilverkeuring overnam, was dit werk in handen van de lokale keurmeesters van de goud- en zilversmidsgilden. Vanaf de late Middeleeuwen is het vaststellen van het zilvergehalte van zilverwerk verplicht, om de juiste waarde te bepalen en fraude tegen te gaan. Mensen lieten destijds, om hun rijkdom te tonen, fraaie voorwerpen van hun geld maken door goud- en zilversmeden. In tijden van tegenspoed konden ze het weer om laten smelten tot klinkende zilveren (of gouden) munten. Naar dan soms bleek, was tijdens een van deze stappen met het gehalte geknoeid en een hoeveelheid koper toegevoegd.