Bizarre Belastingen

De 20 meest bizarre belastingen aller tijden

Van 15 december 2018 – t/m – 19 mei 2019

Urine, geslacht, schoorstenen, vensters, suiker, pruiken, dienstboden, dagbladen en vrijgezellen……Je kunt het zo gek niet bedenken of er is belasting over geheven. Dit lijken bizarre heffingen, maar geplaatst in de tijd waarin ze zijn ingevoerd, zijn ze veel minder vreemd dan ze op het eerste gezicht doen vermoeden. Met een verhaal bij elke heffing, kon je zelf achterhalen welke belastingen best bizar zijn geweest of juist slim bedacht om op eenvoudige wijze inkomsten te verkrijgen, gedrag te beïnvloeden of tot een eerlijke belastingheffing te komen.

 

 

De tentoonstelling

De 20 meest bijzondere heffingen zijn voor de tentoonstelling in een modern jasje gestoken. In het kleurrijke ‘rariteitenkabinet’ konden bezoekers een ontdekkingstocht maken langs bijzondere heffingen uit vervlogen tijden, ook buiten Nederland. Hieronder een greep uit de tentoongestelde top 20.

Urinebelasting

De urinebelasting is ingevoerd door Keizer Vespasianus rond 69 na Christus, puur om het geld in het laatje te krijgen. Urine was toen een onmisbaar schoonmaak- en ontvettingsmiddel. Het werd in de openbare toiletten van Rome opgevangen en verkocht aan wasserijen. De keizer rook zijn kans en ging belasting heffen op urine. De uitdrukking ‘Geld stinkt niet’ (pecunia non olet) schijnt hier vandaan te komen.

Baardbelasting

Met deze belasting, ingevoerd in 1689 door Tsaar Peter de Groote, wilde hij bereiken dat Russische mannen hun baard afschoren. Tsaar Peter vond baarden onhygiënisch en ouderwets. Na zijn verblijf in West-Europa wilde hij zijn Rusland moderniseren. Naast het spreken van de Franse taal en dragen van dure kleding hoorde hierbij het afscheren van de wilde of woeste baarden. Om dit af te dwingen voerde hij een baardbelasting in.

(Ge)slachtaccijns

Deze oude belasting op het slachten van vee dateert van eind 16e eeuw. De eigenaar van een koe, paard of varken moest slachtaccijns betalen over de waarde het dier, de opbrengst van aantal kilo’s vlees en vet. Ter controle werd het dier soms door belasting- of douaneambtenaar opgemeten om de exacte waarde vast te tellen. Dit gebeurde met behulp van een tabellenboek en meetlint opgemeten. Na de meting werd een loodje aan de staart van het dier bevestigd. De geslachtaccijns is in 1941 afgeschaft.

Patent op haarpoeder

Begin 19e eeuw, toen Nederland onder Franse heerschappij was, werd er een landelijke belasting op luxe goederen ingevoerd, waaronder die op pruiken. Het was toen mode om een pruik te dragen, pruiken waren duur en werden gedragen door rijke mensen. De pruiken moesten dagelijks wit gepoederd en over dat witte haarpoeder moest belasting betaald worden. Pruikendragers moesten een patentbiljet kunnen tonen als betalingsbewijs dat de verschuldigde

Belasting op ramen en deuren

Ook in de Franse tijd werd er belasting geheven op het aantal deuren en vensters in een huis. Dat was een handige manier om de grootte en waarde van een huis vast te stellen, en dus van iemands bezit. Hoe meer ramen, hoe hoger de af te dragen belasting. Logisch toch! Mensen gingen ramen dichtmetselen om de aanslag te verlagen en er werden huizen gebouwd met zo min mogelijk ramen. Eind van de 19e eeuw werd deze belasting afgeschaft omdat het de gezondheid van mensen niet ten goede kwam.

Dienstboden- en herengeld

Het hebben van huisknechten en dienstbodes werd in1636 ook belast. Eerst werd deze belasting Herengeld genoemd en later is het vervangen door dienstbodengeld. Alleen mensen die veel geld hadden konden zich personeel veroorloven. Daarom vond men het in die tijd niet meer dan redelijk deze mensen aan te slaan voor het hebben van personeel. Hoe meer personeel, hoe hoger het te betalen belastingbedrag. Deze belasting werd in 1816 afgeschaft.

Belasting op trouwen en begraven

Vanaf 1695 was je belastingplichtig bij het trouwen en overlijden. Het tarief moest twee maal voldaan worden als je buiten je eigen gemeente ging trouwen of begraven werd, zowel in je eigen gemeente als bij de gemeente waar het plaats vond. Het tarief was afhankelijk van je inkomen. Tegenwoordig betalen we ook leges bij de gemeente voor het trouwen of als er iemand wordt begraven, maar deze bedragen zijn wel een stuk minder t.o.v. ons inkomen.

Dagbladgeld

In de 19e eeuw was het dagbladzegel een belasting op dagbladen. Er was veel verzet tegen, omdat de kranten daardoor wel 1,5 keer duurder werden. In 1867 werd in Rotterdam zelfs het Anti-Dagbladzegel-Verbond opgericht, zij vonden de belasting belemmering van de persvrijheid. Uiteindelijk werd het dagbladgeld in 1869 afgeschaft en de verkoop van kranten nam sterk toe. De stempels in de bovenhoek van de voorpagina van de dagbladen hadden de bijnaam ‘de vuile vingers van de fiscus’.

Vrijgezellenbelasting

Vanaf de Oudheid tot in de 20e eeuw wordt regelmatig een belasting op vrijgezellen ingevoerd of een poging gedaan om deze belasting in te voeren. De romeinse keizer Augustus en de dictator Mussolini proberen in Italië met deze belasting de burgers tot trouwen te verleiden om zo de bevolkingsgroei te stimuleren. In Nederland wordt in de 19e eeuw gesproken over de invoering van een vrijgezellenbelasting omdat vrijgezellen ‘onzedelijk’ zouden zijn. In 1935 kondigt minister van Financiën Oud een vrijgezellenbelasting aan maar zijn plan wordt niet in de Tweede kamer aangenomen.