GOED / FOUT

Naoorlogse afrekening

Van 1 december 2023 – 22 september 2024

De tentoonstelling ‘GOED / FOUT’ neemt je mee naar naoorlogs Nederland. Direct na de bevrijding werden vermeende landverraders massaal opgepakt en hun bezittingen onder beheer gesteld, in afwachting van een gerechtelijke uitspraak. Alle inwoners met de Duitse nationaliteit waren tot vijand verklaard en hun bezittingen en vermogens gingen in eigendom over op de Nederlandse staat.

In 1945 werd een instituut opgericht, het Nederlands Beheersinstituut, dat deze vijandelijke en landverraderlijke vermogens ging opsporen, beheren en zo mogelijk liquideren. Met als doel zo veel mogelijk geld binnen te halen voor het vergoeden van oorlogsschade en de wederopbouw van Nederland.

Het NBI, onderdeel van de Raad voor het Rechtsherstel, kreeg ook als taak de vermogens van zogenoemde ‘afwezigen’ te beheren, veelal Joodse mensen die hun huizen, inboedels en bedrijven tijdens de oorlog hadden moeten achterlaten en van wie bezittingen door de bezetter waren onteigend of geroofd, dan wel door anderen geplunderd.

Uitgangspunt van het naoorlogse overheidsbeleid was dat oorlogsslachtoffers (en hun nabestaanden) moesten terugkrijgen wat hen was ontnomen. En de vijand moest daarvoor betalen.

De tentoonstelling

In de tentoonstelling ‘GOED / FOUT’ staan de verhalen centraal van de drie groepen mensen die in aanraking kwamen met het NBI: tot vijand verklaarde onderdanen, vermeende landverraders en (nabestaanden van) ‘afwezigen’. Verhalen gereconstrueerd uit de NBI-beheerdossiers, die je kunnen verbijsteren en raken.

In totaal worden acht personen uitgelicht. Hun beheerdossiers worden tot leven gewekt met animaties in een geïllustreerde collagestijl, waarbij soms de persoon zelf, soms een nabestaande of een NBI bewindvoerder zijn of haar verhaal en ervaringen vertelt. Ook worden bij deze verhalen objecten tentoongesteld, zoals foto’s, NBI-correspondentie, dagboek en inbeslaggenomen/ persoonlijke bezittingen.

Deze acht personen en verhalen staan symbool voor de tienduizenden personen die achter de beheerdossiers schuilgaan. In de tentoonstelling komt verder aan de hand van citaten van ‘getroffenen” de werkwijze van het NBI en de grote impact van het naoorlogs onteigeningsbeleid tot uitdrukking.

‘GOED / FOUT’ geeft op bijzondere wijze inzicht in het naoorlogs beleid van vermogensonteigening landverraders (NSB’ers) en tot vijand verklaarde onderdanen. De tentoonstelling vertelt een stuk geschiedenis dat lang onderbelicht is geweest en aanzet tot reflectie, vragen oproept die nog altijd actueel zijn. De vraag over wie of wat goed of fout was geweest tijdens de bezettingsjaren loopt als een rode draad door de tentoonstelling. Aan de bezoeker hierover na te denken en te oordelen.

Het NBI                                                                                  

Hoe omvangrijk de werkzaamheden van het NBI waren, blijkt wel uit het feit dat het instituut ongeveer 156.000 afzonderlijke beheerszaken heeft gevoerd over vermogens en vermogensbestanddelen, variërend van een enkel spaarbankboekje en wat meubilair tot complete inboedels, huizen, kunstvoorwerpen, effecten, bedrijven etcetera. Magazijnen vol spullen door heel Nederland en stapels dossiers. Op het hoogtepunt van hun werkzaamheden had het NBI 2.000 stafleden, 20.000 bewindvoerders en een onbekend maar groot aantal beheerders in dienst, met vestigingen door heel Nederland. De Belastingdienst speelde een essentiële rol bij het verkrijgen van informatie over de diverse vermogensbestanddelen.

Besluit Vijandelijk Vermogen

Op 20 oktober 1944 verklaarde de Nederlandse regering in Londen iedereen in Nederland met de nationaliteit van een van de as-mogendheden (Duitsland, Oostenrijk, Italië en Japan) tot ‘staatsvijand’. In Nederland betrof dit besluit vooral Duitsers. Ongeacht hun gedrag tijdens de oorlog werden zij collectief aansprakelijk gesteld voor de door Nederland geleden oorlogsschade.

Wie waren die vijanden?

Onder de Duitse vijandelijke onderdanen waren er duizenden die al jarenlang in Nederland woonden en werkten, geïntegreerd waren, de Nederlandse taal spraken, een gezin hadden. Ook ging het om Nederlandse vrouwen die door een huwelijk met een Duitser de Duitse nationaliteit hadden gekregen. En zélfs Joodse vluchtelingen uit Duitsland, die voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog hun heil in Nederland hadden gezocht.

NBI en vijandelijke onderdanen

Vijandelijke onderdanen konden alleen van hun vijandstatus afkomen en hun bezittingen terugkrijgen, als ze konden bewijzen dat ze zich tijdens de oorlog als ‘goed Nederlander’ hadden gedragen. Het was aan het NBI om de verzoeken tot ontvijanding te behandelen en een eventuele ontvijandingsverklaring af te geven. Een procedure die jaren kon duren, zeker als er een aanzienlijk vermogen in het geding was. In de helft van de gevallen is een ontvijandingsverklaring afgegeven. En in totaal heeft het NBI 750 miljoen aan Duits vijandelijk vermogen geliquideerd, ‘binnengehaald’ voor de Nederlandse staat.

NBI en beheer vermogens landverraders

Meer dan 300.000 Nederlanders werden na de oorlog onderzocht als vermeende landverraders. Van NSB’ers, landverraders en politieke delinquenten kon het vermogensbeheer door het NBI worden beëindigd nadat ze in vrijheid waren gesteld, niet werden vervolgd en aan het NBI een verklaring tot beëindiging van beheer was afgegeven door tribunalen (bijzondere rechtspleging). Naast straffen als het ontnemen van stemrecht, het niet mogen uitoefenen van politieke functies en openbare ambten, zijn ook boetes opgelegd. Deze werden van het in beheer zijnde vermogen geïnd door het NBI.

NBI en bewindvoering vermogens'afwezigen'

Voor Joodse mensen of hun nabestaanden was het terugkrijgen van eigendommen een moeizame en langdurige kwestie. Het startte met een verzoek tot teruggaaf dat zij moesten indienen bij de Raad voor het Rechtsherstel. Het NBI had tot taak bewindvoerders aan te stellen over de vermogens/bezittingen van ‘afwezigen' en deze te inventariseren. Eigendomsrechten konden pas overgaan op erfgenamen en de bewindvoering beëindigd worden, als vaststond dat ‘afwezige’ was overleden. Een belangrijke vertragende factor was dat de overheid in eerste instantie vasthield aan de (in normale tijden begrijpelijke) eis van een overlijdensakte. Nabestaanden moesten dus zien te bewijzen dat hun vader, moeder, familie in een van de concentratiekampen was omgekomen. Het Rode Kruis heeft daarin veel betekend.

In 2021 heeft het Mondriaan Fonds financiële steun toegekend aan het bijzondere onderzoekproject “Vermogensonteigening na de Tweede Wereldoorlog door het NBI en ons vermogen hiervan te leren”. Hiermee kon het naoorlogs beleid van onteigening van het vermogen van landverraders, vijandelijke onderdanen en afwezigen vanuit een historisch en juridisch perspectief geanalyseerd worden. Publicatie(s) en een tentoonstelling in het museum zijn onderdeel van het project. Het onderzoeksproject werd uitgevoerd door de Radboud Universiteit en Tilburg University.