Vrouwen in dienst

Welkom bij de online tentoonstelling!
Aan het begin van de twintigste eeuw werken veel vrouwen bij de Belastingdienst, vooral in administratieve functies, als ‘rijksklerk’ of ‘schrijver’. Telefonistes hebben de rang van ‘schrijver tweede klas’. Het zijn geen banen met een hoog salaris waar een speciale opleiding voor nodig is.
Enige vorm van nepotisme (werven binnen de eigen kring) is binnen overheidsbanen niet vreemd. Zo wordt er op de procedure en het antecedentenonderzoek bespaard. Vaders kunnen hun kinderen opleiden ‘on the job’. Bij het Laboratorium van Financiën werken met ingang van 1913 een aantal vrouwen als analist, een positie waarvoor scholing is vereist. Drie dochters volgen in de voetsporen van hun vaders. Misschien is het voor deze jonge vrouwen de enige mogelijkheid om buitenshuis te werken in een beschermde omgeving.
In de jaren erna worden telkens enkele vrouwen toegelaten tot hogere functies als adjunct-accountant en adjunct-inspecteur. In de jaren 1920 worden er drie vrouwen surnumerair: de instapfunctie voor het hogere kader. De meeste jongedames houden het niet langer dan een paar jaar vol, ofwel door het onprettige werkklimaat voor vrouwen, ofwel door de in 1924
ingevoerde wet die ambtenaressen op het moment van huwelijk dwingt te stoppen met werken.
Er zijn uitzonderingen.
Klik op de cirkel
om meer te lezen








