Digitale Bibliotheek Toeslagen tentoonstelling

In deze digitale bibliotheek zijn rapporten, rechtstreekse links naar verhoren en extra informatie te vinden over het toeslagenschandaal en de betrokkenen, die daarin een aandeel hebben gehad.

Hoofdonderdelen zijn:

  1. Parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening (2024)
  2. Parlementaire Ondervraging Kinderopvangtoeslag (POK, 2020)
  3. KPMG rapporten over werk en werkwijze CAF-team en CAF zaken (dossiers) (2023/2024)
  4. Rapport Nationale Ombudsman “Geen powerplay, maar fair play”, over onevenredig harde aanpak in CAF 11 zaak, (2017)
  5. Reflectierapport “Lessen uit de Kinderopvangtoeslagzaken”, Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (2021)
  6. Rapportage Commissie Toeslagen en Uithuisplaatsingen “Erfenis van onrecht” (2025)

Rapport “Blind voor mens en recht

Februari 2024

Hier te downloaden

Doel

Doel van de parlementaire enquête was tot inzicht en oordeelsvorming te komen aangaande de wijze waarop de overheid fraude bestrijdt en daarbij tekort is geschoten in de dienstverlening aan en rechtsbescherming van burgers door het proces van de totstandkoming en uitvoering van fraudebeleid bloot te leggen, in het bijzonder de rol van de Tweede Kamer, het gebruik van (discriminerende) risicoprofielen en de informatie-uitwisseling, teneinde lessen te trekken opdat iedereen kan vertrouwen op een rechtvaardige behandeling door de overheid.

Hoofdconclusie

‘De commissie concludeert dat in een verhard politiek en maatschappelijk klimaat de drie staatsmachten blind zijn geweest voor mens en recht. Hierdoor zijn levens van mensen vermorzeld. De commissie vindt het pijnlijk dat juist het systeem van sociale zekerheid en toeslagen, dat bedoeld is om mensen te ondersteunen, diezelfde mensen in de vernieling heeft geholpen. Het kabinet en het parlement hebben gefaald, de uitvoering heeft onrechtmatig gehandeld en de rechtspraak is tekortgeschoten in het bieden van bescherming aan mensen. Hierdoor zijn grondrechten van mensen geschonden en is de rechtsstaat terzijde geschoven. Uit het onderzoek van de commissie blijkt dat hier verschillende patronen aan ten grondslag liggen, die tot op de dag van vandaag nog niet zijn doorbroken.’

Speech Van Nispen bij aanbieding rapport “Blind voor mens en recht

Onderaan deze webpagina “Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening overhandigt rapport” staat een link naar de aanbiedingsspeech

Korte samenvatting speech : Voorzitter van Nispen: “We wisten uit publicaties en andere onderzoeken grotendeels al wát er was gebeurd, in het toeslagenschandaal. Maar de waarom-vraag was nog niet beantwoord. Hoe kan worden verklaard dat de wijze waarop de overheid fraude bestrijdt zich zo heeft ontwikkeld tot een nietsontziende fraudejacht. De titel van ons rapport is: Blind voor mens en recht. Dat is niet voor niets. Het is de kern van wat er is gebeurd. In een verhard politiek en maatschappelijk klimaat zijn de drie staatsmachten blind geweest. Blind voor mens en recht.”

Zes conclusies (ingekort) in het rapport bieden verklaringen voor wat er gebeurd is:. De verklaringen laten verschillende tekortkomingen zien, die elkaar opvolgden of tegelijkertijd plaatsvonden. Ze versterkten elkaar en hebben de gevolgen voor mensen verergerd.

1. Allereerst concluderen we dat kabinetten veel fouten en verkeerde keuzes hebben gemaakt bij het ontwerpen, invoeren en aanpassen van wetten in de sociale zekerheid en toeslagen. Deze verkeerde politieke keuzes hebben de basis gelegd voor veel ellende voor mensen.

2. Een tweede conclusie die we trekken: Mensen die een foutje maakten, werden behandeld als fraudeur.

3 De derde conclusie is dat staatsmachten ernstig en langdurig tekort zijn geschoten in het bieden van rechtsbescherming. Mensen konden voor de bescherming van hun rechten niet rekenen op de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

4. De vierde conclusie is dat bepaalde groepen mensen vaker in beeld zijn gekomen bij de overheid als mogelijke fraudeurs. Daarbij zijn de grondrechten op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gelijke behandeling geschonden

5. De vijfde conclusie is dat de politiek financiële keuzes heeft gemaakt zonder oog voor de gevolgen van mensen. Door ondoordachte bezuinigingen, dwingende financiële afspraken en perverse prikkels in de fraudebestrijding, zijn mensen onzichtbaar geworden in de politieke besluitvorming.

6. Tenslotte concluderen we dat Kamerleden actief hebben bijgedragen aan hard fraudebeleid en ellende voor mensen niet wisten te voorkomen.

Verhoren parlementaire enquête Fraudebeleid en dienstverlening

Hier zijn alle verhoren terug te zien, dan wel de verslagen terug te lezen.

-Verhoor van mw. Gonçalves Tavares

Mevrouw Gonçalves Tavares, een alleenstaande werkende moeder van drie kinderen, werd in 2009 geconfronteerd met een brief van de Belastingdienst, waarin stond dat zij 125.000 euro terug moest betalen. Achteraf bleek dat haar kinderen in de opvang zaten bij een frauderende kinderopvangorganisatie. En zelf is zij ónterecht als fraudeur bestempeld. Bij de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (2023) is zij als eerste gedupeerde gehoord. Haar aangrijpende verhaal vertelt in feite alles over de tragedie als geheel en als persoonlijk drama.

Dit verhoor, dat integraal is opgenomen in de tentoonstelling, is hier rechtstreeks terug te zien

-Verhoor van meneer El Bali

Ook zijn in de tentoonstelling fragmenten te zien uit het verhoor van de heer El Bali, directeur-eigenaar van gastouderbureau Amira Children, die een beeld geven hoe vanaf 2008 gehandeld werd bij verdenkingen van fraude van een gastouderbureau en welke gevolgen dit ook had voor de aangesloten cliënten.

Bekijk hier het volledige verhoor

Andere verhoren waaruit passages getoond worden in de tentoonstelling, zijn die van Milton Moriera Moreno, die vanaf zijn tienerjaren geconfronteerd is met de ingrijpende gevolgen van het toeslagenschandaal. Zijn moeder was onterecht als fraudeur bestempeld. In de tentoonstelling is het voordragen van een gedicht opgenomen, dat hij samen met zijn jongere broer heeft geschreven. Ook uit het verhoor van de Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen zijn passages opgenomen, o.a. over het  fraude denken van de overheid en het rapport “Geen powerplay maar fair play” dat in 2017 is verschenen. En passages uit het verhoor van de heer Blansjaar (Senior beleidsmedewerker handhavingsbeleid, Belastingdienst (2005-2012) Coördinator Fraudebestrijding, Belastingdienst (2013-2015), met o.a. aandacht voor de grote problemen vanaf de start bij de uitkering van toeslagen door de nieuwe organisatie Toeslagen bij de Belastingdienst en de eerste hoge terugvorderingen vanaf 2008.

Eindverslag “Ongekend onrecht”,

december 2020

Doel /opdracht ondervragingscommissie

De parlementaire ondervraging richtte zich op de periode vanaf 2013 tot de aanbieding aan de Tweede Kamer van het interim-advies van de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen in november 2019. (Commissie Donner). Globaal gezegd was de opdracht voor deze parlementaire ondervraging na te gaan wat bewindspersonen wisten van de harde fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag, welke sturing zij daaraan hebben gegeven en waarom het zo lang heeft kunnen doorgaan.

Belangrijke constateringen

’Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag zijn grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden. Dit verwijt treft niet alleen de uitvoering – specifiek de Belastingdienst/Toeslagen – maar ook de wetgever en de rechtspraak’. Vele ouders is ongekend onrecht aangedaan.’ Ongekend, omdat het lang heeft geduurd voordat de omvang en ernst door de politieke en ambtelijke top werden erkend. Ongekend, omdat de informatievoorziening vanuit de Belastingdienst zeer beperkt was. Ongekend, omdat de wijze waarop ouders werden aangepakt, in geen verhouding stond tot wat hen – veelal onterecht – door de Belastingdienst werd verweten.’ ‘Door de optelsom van onvermogen recht te doen aan het individu, hebben ouders jarenlang geen schijn van kans gemaakt’.

De commissie constateert dat de politieke behoefte om de uitvoering van de toeslagen efficiënt in te richten en de politieke en maatschappelijke wens om fraude te voorkomen, geleid hebben tot wet- en regelgeving en een uitvoering daarvan, die het niet of nauwelijks toeliet om de individuele situatie van mensen recht te doen, bijvoorbeeld als zij zonder kwade opzet een administratieve vergissing begingen.

De wetgever – kabinet en parlement – mag het zich aanrekenen dat zij wetgeving heeft vastgesteld die spijkerhard was en die onvoldoende de mogelijkheid in zich had om recht te doen aan individuele situaties. Zo ontbrak een hardheidsbepaling en kregen noodzakelijke beginselen van behoorlijk bestuur, met name het evenredigheidsbeginsel, veel te weinig aandacht van de wetgever.

De uitvoerder – het ministerie van Financiën – heeft de kinderopvangtoeslag uitgevoerd als een massaproces. De groepsgewijze aanpak, de ‘alles-of-niets’ benadering en de wijze waarop ‘opzet/grove schuld’ werd gehanteerd, hebben grove inbreuk gemaakt op het rechtsstatelijke principe dat optimaal recht gedaan moet worden aan individuele situaties van mensen. Onder druk van een oververhitte politieke behoefte aan fraudebestrijding, waarin elke vergissing al gauw als fraude werd gezien, werden ouders in de raderen van de uitvoering door de Belastingdienst ten onrechte gebrandmerkt als opzettelijke fraudeurs.

De wijze waarop het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid haar verantwoordelijkheid voor het beleid heeft ingevuld, is ver onder de maat geweest.

Zonder zich te willen uitlaten over individuele rechterlijke uitspraken, constateert de commissie dat ook de bestuursrechtspraak jarenlang een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het in stand houden van de niet dwingend uit de wet volgende, spijkerharde uitvoering van de regelgeving van de kinderopvangtoeslag. Daarmee heeft de bestuursrechtspraak zijn belangrijke functie van (rechts)bescherming van individuele burgers veronachtzaamd. De commissie is met name geraakt door het tot in oktober 2019 wegredeneren van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, die zouden moeten dienen als stootkussen en beschermende deken voor mensen in nood.

Door deze optelsom van onvermogen om recht te doen aan het individu, hebben ouders jarenlang geen schijn van kans gehad. De commissie is gedurende haar werkzaamheden eerst met verbazing en uiteindelijk met diepe verontwaardiging tot dit besef gekomen. Zij doet een dringend beroep op alle betrokken staatsmachten om bij zichzelf te rade te gaan hoe in de toekomst herhaling kan worden voorkomen en hoe het ontstane onrecht alsnog kan worden rechtgezet.

Over aanpak fraude en aanscherping fraudebeleid

In het eindverslag ook aandacht voor de aanpak van fraude, het scherpere fraudebeleid vanaf 2010 en de verdere aanscherping van het fraudebeleid, waarbij het werk en verantwoordelijkheden van de vanaf 2013 nieuw ingestelde fraudeteams aan bod komt. Op pagina 48 is een kadertekst opgenomen over de werkwijze van een van deze teams, het CAF team (Combiteam aanpak facilitators), ingesteld door het Managementteam Fraude in het najaar van 2013 (30 medewerkers eind 2013): Het CAF richtte zich op facilitators van fraude (tussenpersonen die frauduleus handelen organiseren dan wel mogelijk maken). Bij toeslagen ging dat om kinderopvanginstellingen en gastouderbureaus. Het CAF zelf kon geen toeslagen stopzetten. Naar aanleiding van adviezen van het CAF kon de Belastingdienst/ Toeslagen besluiten om de rechtmatigheid van de kinderopvangtoeslag bij de ouders te gaan controleren, met als eerste stap het ‘toepassen van de zachte stop (tot medio 2016) op het hele klantenpakket van een vermeende facilitator”.  

Op 19 augustus 2017 brengt de Nationale ombudsman een rapport uit met de titel “Geen powerplay maar fair play”. Dit rapport oordeelt hard over de onevenredig harde aanpak van gezinnen in de CAF-11  zaak. De zaak waarin Eva González Pérez de strijd is aangegaan met de Belastingdiens/Toeslagen, om recht te krijgen voor getroffen ouders van het ten onrechte van fraude verdachte gastouderbureau waar zij bij aangesloten waren. Er is niets gedaan met dit rapport en de aanbevelingen die erin gedaan zijn.

Het rapport is hier te vinden op de website van de Nationale Ombudsman

Als burgers onrecht wordt aangedaan en wordt gesteld dat de bestuursrechter daarin een aandeel heeft, dan is er alle aanleiding voor reflectie. Het rapport ‘Lessen uit de kinderopvangtoeslagzaken’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is hier te lezen.

Op 23 oktober 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee uitspraken in kinderopvangtoeslagzaken gedaan, waarbij de zogeheten ‘alles-of-niets’-lijn is verlaten. Dat was noodzakelijk om recht te doen aan ouders die – ook bij geringe fouten – werden geconfronteerd met terug- en invordering van bedragen die al besteed waren aan de kosten van kinderopvang.

Er is veel en harde kritiek gekomen op de ‘alles-of-niets’-lijn van vóór oktober 2019. Door na 2012 nog lang vast te houden aan deze lijn heeft de Afdeling bestuursrechtspraak ouders in de kou laten staan, zo luidt de kritiek. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft naar aanleiding van deze kritiek besloten om een breed programma van reflectie op te zetten.

Samenvatting Reflectierapport (november 2021)

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in rechtszaken over de kinderopvangtoeslagen van 2011 tot oktober 2019 de ‘alles-of-niets’-lijn van de Belastingdienst/Toeslagen geaccepteerd. Die lijn houdt in dat ouders voorschotten kinderopvangtoeslag in zijn geheel moesten terugbetalen als zij betalingen niet of slechts deels konden aantonen. De reflectie heeft geleerd dat de gevolgen van deze uitleg van de wet passend waren als ouders niets konden verantwoorden. Maar deze uitleg leidde tot knellende situaties bij gedeeltelijke verantwoording van ontvangen toeslagen en was voor die gevallen niet passend. De strenge uniforme uitleg van de wet diende de rechtseenheid en rechtsgelijkheid én dus de rechtszekerheid, maar verhinderde dat nadien in gevallen met geringe tekortkomingen tot een evenredige uitkomst kon worden gekomen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de ‘alles-of-niets’- lijn in oktober 2019 verlaten en ingeruild voor de zogenoemde evenredigheidslijn, waarbij de omvang van de tekortkoming en het recht op toeslag met elkaar in evenwicht zijn gebracht. Belangrijkste conclusie van de reflectie is dat de Afdeling bestuursrechtspraak te lang heeft vastgehouden aan de ‘alles-of-niets’-lijn. Zij had deze lijn eerder kunnen en moeten wijzigen. Door dat na te laten heeft de Afdeling bestuursrechtspraak ouders die daardoor in de problemen zijn gekomen, niet de rechtsbescherming geboden waar zij op mochten rekenen. Dat mag niet weer gebeuren. Hiervoor biedt zij dan ook haar excuses aan.

Download hier het rapport Lessen uit de kinderopvangtoeslagen

Uit het voorwoord van de voorzitter, Mariëtte Hamer

De conclusies van ons rapport zijn indringend: de onterechte terugvorderingen vanuit de toeslagenaffaire hebben een grote rol gespeeld bij problemen van de gezinnen en daarmee ook bij de uithuisplaatsingen van de kinderen. En veel van de uithuisplaatsingen hadden niet hoeven plaatsvinden, als eerder was gesignaleerd wat er echt in de gezinnen speelde aan een opeenhoping van problemen zoals schulden, armoede, stress en schuldgevoelens tegenover de kinderen. Te vaak is het beeld ontstaan dat er in al deze gezinnen al veel problemen waren en dat de uithuisplaatsing dus min of meer onvermijdelijk was. Uit ons onderzoek blijkt het tegendeel: er waren veel gezinnen die vóór de toeslagenaffaire een rustig bestaan hadden of hun problemen beheersbaar hadden kunnen houden.

Download hier de rapportage van ctu